Liquidatiewaarde.

Barbaarse relikwie

,Om de waarheid te spreken is de goudstandaard reeds een barbaarse relikwie”
– John Maynard Keynes ,,Wanneer wij de overwinnaars zijn, dan denk ik dat we goud moeten gebruiken om daarmee de openbare latrines te betegelen in de straten van de grootste steden ter wereld” – Vladimir Iljits Uljanov lenin
kapitalisme de uitspraken van zowel john maynard keynes als vladimir iljitsj uljanov, alias lenin ten aanzien van goud verraadden hun socialistische vooroordelen die ze hadden over de functie van het kapitalisme. keynes werd in 1903 lid van de fabian society en schreef periodiek artikelen voor de new statesman en the nation. de fabian society geloofde in een geleidelijke overgang richting een socialistische samenleving en was en is nog steeds gelieerd aan de britse labour party. lenin was een communistische revolutionair en pleegde een staatsgreep in rusland in november 1917, waarna er een totalitair systeem voor 70 jaar werd opgelegd door een socialistische elite. kapitalisme is een systeem, waarin kapitaal wordt aangewend voor de productie van goederen en diensten. het kan in de vorm zijn van monetair kapitaal, productiekapitaal oftewel kapitaalgoederen, of menselijk kapitaal, dat wil zeggen opgebouwde kennis en expertise. deze kapitaalmiddelen worden gebruikt voor de vervaardiging van producten en het leveren van diensten, fysiek of mentaal. alle productie is hiervan een afgeleide. het kapitalisme heeft daarom bestaan sinds het begin van de menselijke beschaving. dus om tegen het kapitalisme te zijn is eigenlijk vertellen dat men tegen de menselijke beschaving is van de laatste 6000 jaar en de verworvenheden die we tot en met de 20e eeuw hebben bereikt. vanaf de primitieve landbouw tot aan de industriële en technologische revoluties over de voorbijgaande twee eeuwen. het moderne kapitalisme kwam pas op sinds het einde van de middeleeuwen. in italië tijdens de renaissance kwam een wiskundige, genaamd luca pacioli, op het idee om een systeem van dubbel boekhouden in te voeren. voor het eerst had men een manier gevonden om winsten en verliezen uit te rekenen op dagelijks niveau. men hoefde niet eerst alle middelen te verkopen alvorens men wist wat de opbrengst of verlies daarvan zouden zijn. de winstberekening zorgde er ook voor dat andere manieren van zakelijke samenwerking mogelijk waren. de beurzen werden sindsdien opgericht, zodat grote zakelijke projecten met kapitaal konden worden gefinancierd vanuit diverse bronnen. deze revolutie zou men ook de revolutie kunnen noemen van het moderne kapitalisme.
goudstandaard aaa_goud_bundesbank.jpg   de goudstandaard was al een feit, voordat het moderne kapitalisme haar intrede deed, maar deze zorgde ervoor dat er altijd een vermogensmiddel was waar tegenover geen enkele schuld stond. het was een monetair bezitsmiddel dat kon worden gebruikt als ultieme schuldliquidateur of als activa op de balans. waarom papiergeld, obligaties, aandelen of andere papieren middelen niet als ultieme schuldliquidateur kunnen dienen is omdat deze middelen geen bezitsmiddelen zijn, maar een vorm van vordering op andere personen, bedrijven of overheidsinstituten. als deze laatste niet of nauwelijks zijn gedekt, dan blijken deze ook schuldmiddelen te zijn en in het geval van bankroet moeten deze middelen door de crediteuren, dat wil zeggen, degenen die het papiergeld, obligaties of andere papieren vorderingen in handen hebben, worden afgeschreven. zodoende kan men zien dat de goudstandaard essentieel is om een bezitseconomie op te bouwen. zonder een goudstandaard is dit onmogelijk en vervalt de eocnomie in een zogenoemd consumptiepatroon. dit houdt in dat de middelen die men in het verleden heeft opgebouwd langzaam maar zeker worden opgesoupeerd, zodat uiteindelijk er een lege façade achterblijft.

fundamenten wat we hebben kunnen meemaken over de afgelopen 100 jaar is dat dit feitelijk gebeurd is. de economische crisis is daarvan een direct gevolg. de overheden in de wereld  hebben het goudraam langzaam maar zeker gesloten, waardoor de goudstandaard geleidelijk verdween uit het financieel-economisch systeem. daarmee heeft men tevens de mogelijkheid uitgesloten opdat schulden konden worden geliquideerd en deze mettertijd steeds groter werden. zoals de fysiocraten reeds wisten in de 18e eeuw is dat men een economie behoorde te hebben die gebaseerd was op drie fundamenten. het eerste en allerbelangrijkste was de primaire sector van voedselvoorziening. de tweede was de industriële sector en de derde, minst belangrijke, was de dienstverlening. deze laatste bestaat bij de gratie van de eerste twee. over de laatste 40 jaar hebben we kunnen aanschouwen hoe de eerste twee sectoren zijn verwaterd tot een schim van hun vorige zelf. de landbouw is gecollectiviseerd door de overheden via subsidies, quota, boetes, alsmede strenge wet- en regelgeving vanuit centrale commissies in landen of conglommeraten van landen. dit alles om te voldoen aan de lange arm van het centraal bestuur en haar politiemacht.
kanibalisering de industrie kreeg het zo’n 30 jaar geleden te verduren via de rentestructuur van de centrale banken in de westerse wereld. in 1982 werd voor het laatst de rente verhoogd door paul volcker van de federal reserve om de hyperinflatie die toen woedde te beteugelen. sindsdien zijn de rentestanden alleen maar gedaald. nu zal men zeggen dat dit een goede zaak is, maar niets is minder waar. het heeft ervoor zorg gedragen, dat het kapitaal geleidelijk wegstroomde van de industriële sector richting de financiële markt. de obligatiespeculanten sponnen hier enorm garen bij, want zij wisten dat de centrale bank telkens de promesse disconto zou verlagen, waardoor de overheidstarieven ook zouden verlagen. de investeringen en winsten kwamen grotendeels terecht bij de financiële sector, zodat de industrie monetair  kapitaal ontbeerde om uit te kunnen breiden of te investeren in efficiëntere productiemethoden, opdat men de concurrentie vanuit de opkomende landen zoals in eerste instantie japan, maar later andere landen in oost-azië, met name china het hoofd kon bieden. deze landen hadden het gemakkelijk, omdat via de lagere lonen en het achterblijven van investeringen in de westerse industrielanden zij een groter aandeel kregen op de wereldmarkt. de financiële sector in het westen heeft als het ware het kapitaal kunnen kanibaliseren ten koste van de industrie en met actieve hulp van de overheden en centrale banken.
molensteen molensteennu zijn we drie decennia verder en is ook de financiële sector aan de beurt om te worden gedecimeerd, evenals in het verleden de primaire en de secundaire sector. dat is logisch, omdat het bestaansrecht ontbreekt. zoals eerder gezegd is de tertiare sector geheel afhankelijk van de eerste twee sectoren. bij gebrek van dit gegeven is het voor de dienstverlening een eindig verhaal. de bancaire wereld plukte hier al de laatste twee jaar de wrange vruchten van, omdat deze sector afhankelijk is van het leencircuit konden zij steeds meer uitlenen, wanneer de marktrente omlaag zou gaan.   bij € 10.000 per jaar en bij 10% rente kan een gemiddeld persoon maar ten hoogste € 100.000 lenen. bij € 10.000 per jaar en bij 1% rente kan een gemiddeld persoon € 1.000.000 lenen. het probleem echter is dat de € 100.000 wel valt af te lossen, maar €
1.000.000 niet door een gemiddeld persoon. men kan weliswaar de rente betalen op basis van een grotendeels aflossingsvrij krediet, maar de hoofdsom is een molensteen om de nek geworden. vermenigvuldig dit probleem miljoenen maal en men ziet duidelijk de misère, waarin de banken zich bevinden. de subprime in 2007 was daarvan het begin, de banken konden zoveel uitlenen dat ze nog maar 3-5% van het kapitaal als onderliggende waarde in kas hadden. de rest was uitgeleend. bij een faillissement van 3-5% van hun klanten hadden deze banken geen eigen vermogen meer en vielen om. veel van deze banken zouden daarom ook zijn omgevallen als de overheid deze niet hadden voorzien van een kapitaalinfuus, of hadden overgenomen. dit schept weer nieuwe problemen, want het kapitaal wat hiermee gemoeid is moet weer via de belastingbetaler in de toekomst worden opgehoest, we hebben het hier over biljoenen euro’s en er is geen einde in zicht.
liquidatiewaarde deze problemen worden natuurlijk alleen maar groter, want zoals japan al sinds begin jaren 90 meemaakt is het een openeindeverhaal geworden. de banken zijn nog steeds insolvabel, dat wil zeggen hun schulden zijn groter dan hun vermogen en de centrale bank blijft maar geld pompen in een failliet systeem. zo ook met deze economische crisis van wereldformaat en het ziet er naar uit dat men niets heeft willen leren uit de japanse ervaring of die van de jaren 30 van de vorige eeuw. het heeft geen enkele zin om banken te redden, die zijn gemarkeerd op fictieve waarde, want zoals professor antal fekete al stelt is dat de waarde dient te worden gemarkeerd op de acquisitieprijs of op de huidige waarde, en daarvan de laagste prijs te nemen. de huidige manier om de waarde te markeren op de fictieve marktprijs (in het engels genaamd mark to market vaulue) is daarbij een onjuiste en frauduleuze methode. men dient altijd uit te gaan van een liquidatieprijs, dat wil zeggen wat is de prijs die men zou geven als het direct op de markt wordt gebracht. deze crisis blijft voortgaan, zolang deze methode wordt gebruikt en men niet bereid is om de werkelijke liquidatiewaarde te erkennen. hierbij zouden alle insolvabele bankinstellingen direct bankroet moeten worden verklaard, de grote incluis, waardoor er geen kapitaal meer vloeit richting een niet-levensvatbare sector en de economische kanibalisering eindelijk wordt gestaakt. dit kapitaal wordt derhalve bespaard en zodoende geeft het de primaire en vooral secundaire sector de mogelijkheid om zich te herstellen via zelf-liquiderend krediet. daarbij is het eveneens noodzakelijk om de goudstandaard te herstellen, zodat de vermogenswaarde niet meer onderhevig is aan erosie dankzij de inbreuken die de centrale banken en overheden uitoefenen op de natuurlijke rentestanden en de vrije kapitaalmarkten. met andere woorden goud wordt opnieuw een vast en onvervreemdbaar onderdeel van ons financieel-economisch systeem en kan haar rol weer opvatten als ultieme liquidateur van uitstaande schulden. tantum bona valent quantum vendi possunt – (de goederen zijn alleen dat waard, waar ze voor kunnen worden verkocht) – keizer justinianus (ad 483-565)
essays: the revisionist theory and history of depressions: antal e. fekete, san francisco school of economics; 6 april 2009
John Maynard Keynes; Encyclopedia Britannica Ltd, Londen, UK 2009
A Man for All Seasons; John B. Judis, The New Republic, Washington, USA, 4 februari 2009

Uit de vrijspreker.

Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog. Bookmark de permalink .

Een reactie op Liquidatiewaarde.

  1. An van den burg zegt:

    Bedankt voor de mooie les, het mooie college!!
    Een opfrisser!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s